Hier vindt u een overzicht van alle lopende projecten die het Olivia Fund dankzij uw steun kan financieren. De meeste onderzoeken bouwen voort op de veelbelovende immunotherapie. Daaruit zijn intussen heel wat andere creatieve ideeën, pistes en onderzoekslijnen gegroeid, die vooral door doctoraatsstudenten en postdoc-onderzoekers bestudeerd worden. Zij doen dat onder de vleugels van experts aan verschillenden Belgische universiteiten.

We hopen dat deze projecten snel zullen leiden tot experimentele toepassingen en concrete behandelingen die patiënten betere genezingskansen bieden.

 

Nieuwe immunotherapie bij neuroblastoom

Kan immunotherapie ingezet worden om een neuroblastoom te bestrijden, een specifiek type vaste tumor buiten de schedel die vaak bij kinderen voorkomt? Daarover buigen doctoraatstudente Isabelle Dierckx en postdoc-onderzoeker Nana Dang zich, onder leiding van hun promotoren Prof. Dr. Mark Waer en Prof. Dr. Ben Sprangers aan het Laboratorium Experimentele Transplantatie van KU Leuven.

Omdat de huidige behandeling van neuroblastomen zijn beperkingen heeft (50-60% van de patiëntjes hervalt), zoeken Isabelle Dierckx en Nana Dang naar een andere aanpak: een nieuwe vorm van cellulaire immunotherapie, die ruwweg uit twee elementen bestaat.

Het eerste deel is een specifieke vorm van beenmergtransplantatie, die al langer wordt gebruikt bij leukemie en lymfeklierkanker, maar die volgens de eerste resultaten in het labo ook werkzaam is bij vaste tumoren. In een tweede stap wordt daarbij ook immunotherapie met specifieke immuuncellen (bepaalde leukocyten of witte bloedcellen) gebruikt om de anti-tumorwerking te versterken. Isabelle Dierckx de Casterlé heeft bij muismodellen al aangetoond dat dit inderdaad op een veilige manier tot een sterk anti-tumoreffect leidt.

Nana Dang verricht vooral basisonderzoek om een oplossing te zoeken voor de schadelijke afweerreacties die vaak optreden na een stamceltransplantatie die met deze immunotherapie wordt gecombineerd. Bij muizen met melanoom heeft zij ontdekt dat de interactie tussen het micromilieu van de tumor én de verschillende immuuncellen die samen met het donorbeenmerg worden ingespoten het succes van deze behandeling bepaalt.

Meer info :  www.cancer.gov/types/neuroblastoma en www.nlm.nih.gov/medlineplus/neuroblastoma.html

 

 

 

 

Profilering van langetermijnoverlevers met een kwaadaardige hersentumor

 

 Kwaadaardige gliomen zijn tot op heden het paradigma van de ongeneeslijke hersentumor die zowel kinderen als volwassenen treft. De laatste 15 jaren, heeft de evolutie van de behandeling bij volwassenen, ook de actuele behandelopties bij kinderen gestuurd, gezien de kleinere aantallen pediatrische patiëntjes grootschalige studies moeilijker uitvoerbaar maken. De standaardbehandeling in beide groepen, bestaande uit maximale, veilige chirurgie, gevolgd door radio-en chemotherapie en al dan niet aangevuld met nieuwe experimentele behandelingen in studieverband heeft een wisselend kleine groep langetermijnoverlevers opgeleverd. Tot op heden, is het niet gekend welke parameters verantwoordelijk zijn voor deze langetermijnoverleving van de individuele, betrokken patiënten. Over de laatste 15 jaren, wordt in UZ Leuven een substantiële groep langetermijnoverlevers gevolgd, die een unieke bron zijn van informatie ter identificatie van hun unieke klinische, weefselkundige en moleculair genetische profiel geassocieerd met deze langetermijnoverleving.

In het huidige project zullen we nagaan welke kenmerken gemeenschappelijk zijn in het profiel van langetermijnoverlevers ten opzichte van kortetermijnoverlevers en in hoeverre het immuunsysteem van langetermijnoverlevers mogelijks anders geijkt is dan dit van kortetermijnoverlevers. Inzicht in dit veronderstelde verschil zal ons leren (1) welke patiënten het best voor welke therapieën in aanmerking kunnen komen en (2) in welke richting we eventueel het immuunsysteem dienen te herprogrammeren om de kansen op een langere overleving van de individuele patiënt te vergroten.

 

 

 

Interdisciplinair onderzoek naar de ouder-kindrelatie bij gezinnen getroffen door kanker

  • Prof. Dr. Rudi D’Hooge (Biologische psychologie, KU Leuven)
  • Prof. Dr. Guy Bosmans (Klinische psychologie, KU Leuven)
  • Dr. Iris Elens (Kinder- en Jeugdpsychiatrie, AZ Delta en Biologische psychologie, KU Leuven)

De overlevingskansen van kinderen met kanker zijn sterk verbeterd, maar er gaat nog weinig aandacht naar de psychosociale gevolgen van dergelijke ingrijpende gebeurtenis. Onderzoek heeft aangetoond dat 1 op 5 overlevers van kanker langdurige negatieve gevolgen ervaart. Dit kan gaan van problemen op school tot sociale en relationele problemen op latere leeftijd. Tot op heden blijft het moeilijk te voorspellen wie risico loopt tot deze laatste groep te behoren. Psychologen en psychiaters van de KU Leuven onderzoeken daarom met steun van het Olivia fonds de late gevolgen van kanker en kankerbehandeling. Ze gaan ervan uit dat de kwaliteit van de ouder-kindrelatie een belangrijke, maar nog weinig onderzochte rol hierin speelt.

De band met een of meerdere ouderlijke personen moet kinderen het vertrouwen geven dat ze in moeilijke situaties steeds op deze personen kunnen terugvallen. Wanneer kinderen zich niet veilig kunnen hechten, dan maakt hen dit kwetsbaarder voor psychologische problemen en ziekten. In dit project werken twee jonge psychologen (Melisse Houbrechts en Victoria Ossorio Salazar) samen onder leiding van het multidisciplinaire promotorenteam om observaties bij overlevers van kanker in verband te brengen met fundamenteel onderzoekswerk naar de processen van gehechtheid. om precies na te gaan hoe de ouder-kindrelatie beïnvloed wordt door de confrontatie met levensbedreigende pathologie en invasieve therapie. Ze gaan ervan uit dat deze processen niet alleen verstoord kunnen worden door de rechtstreekse neurotoxische effecten van chemotherapie op de hersenwerking, maar ook door de complexe, multifactoriële en mogelijk pervasieve effecten op de psychosociale ontwikkeling.

Dit onderzoeksproject onderzoekt de interactie tussen gehechtheid en de effecten van kankerbehandeling op verschillende niveaus met behulp van een breed palet aan interdisciplinaire onderzoekstechnieken. Het onderzoek tracht de onderliggende biologische en psychologische mechanismen verder bloot te leggen, wat hopelijk zal toelaten mogelijke preventieve of behandelingsstrategieën uit te werken. Dit onderzoeksvoorstel brengt een nog onderbelichte problematiek onder de aandacht. Dit zal op termijn hopelijk ook praktisch bijdragen tot de verdere uitwerking van interdisciplinaire ondersteuningsprogramma’s voor kinderen met kanker. Dergelijke initiatieven kunnen een groot verschil maken in het leven van deze kwetsbare kinderen.

 

 

Efficiëntere én minder schadelijke behandeling van neuroblastoom

Aan het kankeronderzoeksinstituut CRIG van de Universiteit Gent werkt het team van Prof. Frank Speleman aan betere behandelingen van kanker bij kinderen. Ze focussen vooral op nieuwe therapieën die kankercellen doden zonder de gezonde lichaamscellen te schaden (‘gerichte kankertherapie’ of ‘precisiebehandeling’). De huidige chemo- en radiotherapieën hebben immers op lange termijn vaak een negatieve invloed op de levenskwaliteit van kinderen, door de schade die zij bij normale cellen aanrichten. Bovendien blijven de overlevingskansen bij bepaalde types kinderkanker, zoals neuroblastoom, té beperkt.

Eén van de belangrijkste aanknopingspunten voor zo’n gerichte precisiebehandeling is de ontrafeling van de fouten die optreden in de genetische code van kankercellen. De laatste jaren werden daartegen heel wat gerichte medicijnen ontwikkeld. Maar tegelijk is ook gebleken dat de juiste combinatie van meerdere medicijnen hierbij essentieel is.

Doctoraatsstudente Bieke Decaesteker zal zich in nauwe samenwerking met andere onderzoekers van het team van Prof. Speleman verder verdiepen in verschillende combinaties van nieuwe medicijnen die inwerken op specifieke moleculaire kwetsbaarheden van neuroblastoom-kankercellen (het team ontrafelde in het labo eerder al het moleculaire netwerk van neuroblastoomcellen). Deze nieuwe combinaties zullen getest worden op verschillende types neuroblastoomcellen in het labo (en ook bij andere kindertumoren, zoals leukemie, bottumor en de hersentumor medulloblastoom), én op neuroblastoomvorming bij zebravismodellen – dat is uniek in België. Welk effect hebben de medicijncombinaties op de groei en het afsterven van kankercellen? Wat zijn de moleculaire effecten op de genactiviteit? Enz.. Het einddoel van deze studie is om met de beste medicijncombinaties klinische trials (fase 1) in een Europees samenwerkingsverband voor te bereiden.

Meer info over het CRIG en labo van Prof. Frank Speleman

 

 

Onderzoek Jynthe Van Loenhout – 2020

  Immunotherapie is volop aan een opmars bezig in de kliniek als nieuwe behandeling voor verschillende kankertypes, waaronder huidkanker en longkanker. Voor de agressieve hersentumor glioblastoom  is deze immunotherapie tot op heden geen grote doorbraak. Nochtans is er een erg hoge nood aan nieuwe behandelingsvormen voor glioblastoom, zowel bij kinderen als bij volwassenen. Dankzij de steun van het Olivia Fund onderzoeken wij aan de Universiteit Antwerpen en het Universitair Ziekenhuis Antwerpen nieuwe therapieën die reactieve zuurstofdeeltjes vormen met als doel schade toe te brengen aan de tumorcellen, in combinatie met immuuntherapie. Deze reactieve zuurstofdeeltjes kunnen gevormd worden door plasma en auranofine. Met de term ‘plasma’ bedoelen we een fysisch gas waar energie aan toegevoegd is, zodat het onder andere deze reactieve deeltjes bevat. We kennen plasma bijvoorbeeld van de plasmatelevisies en als bliksem. Recent heeft plasma ook zijn intrede gedaan in het kankeronderzoek. Auranofine is gekend als een oud medicijn tegen reuma. Wij gebruiken het om eveneens reactieve zuurstofdeeltjes te vormen binnenin de tumorcel om celdood te veroorzaken.

In dit onderzoek heeft doctoraatsstudente Jinthe Van Loenhout reeds aangetoond dat de combinatie van plasma en auranofine veel effectiever glioblastoomcellen doodt dan elke therapie apart. Bovendien worden de glioblastoomcellen op zo’n manier gedood dat het immuunsysteem actief wordt. In een volgende fase gaan we onderzoeken of de combinatie van plasma, auranofine en immunotherapie elkaars werking kunnen versterken, op zoek naar een nieuwe en effectieve combinatiebehandeling in de strijd tegen glioblastoom. Dit onderzoek is een samenwerking tussen het Centrum voor Oncologisch Onderzoek en PLASMANT.

 

Nanopartikels

Voor glioblastoma-patiënten (de meest voorkomende kwaadaardige hersentumor) volstaat de standaardbehandeling met chemo- en radiotherapie niet. Om de overleving te verbeteren, kan een tumorvaccin ontwikkeld worden: hiervoor worden witte bloedcellen van de patiënt opgekweekt tot dendritische cellen. Deze dendritische cellen worden dan blootgesteld aan tumor-antigenen (= een soort unieke vingerafdruk van de tumor, die de afweerreactie van het immuunsysteem triggert), waardoor ze het immuunsysteem boosten tegen de tumor. Dit vaccin is echter erg duur en bovendien hangt de kwaliteit af van de status van de bloedcellen. Om die moeilijkheid te vermijden, worden nu andere pistes onderzocht.

Zo heeft doctoraatsstudent Jochen Belmans onder promotie van Prof. Jean-Pierre Locquet (Centrum voor Nanowetenschappen en Nanotechnologie, departement Natuurkunde KU Leuven) de mogelijkheid onderzocht om als vaccin bestraalde tumor-antigenen te gebruiken, eventueel gekoppeld aan nanodeeltjes (kleine bolletjes, 10 miljoen keer kleiner dan een tennisbal). Na inspuiting wordt dit vaccin opgenomen door de dendritische cellen in het lichaam, waarna het immuunsysteem op dezelfde manier wordt gestimuleerd als bij dendritische celvaccinatie. Jochen Belmans kon de werking van dit concept aantonen in twee verschillende muismodellen voor maligne glioma (kwaadaardige hersentumor); die was vergelijkbaar met de werking van dendritische celtherapie. Bovendien bleek het immuunsysteem van de muizen bij herval ook in staat om de tumor te herkennen en aan te vallen (alle muizen waren in staat te overleven, toen ze voor de tweede keer een tumor toegediend kregen). Ten slotte werd ook het effect van een gecombineerde therapie onderzocht. Hierbij werden de muizen behandeld met chemotherapie en tumor-antigenen. Deze combinatie verbeterde de overleving van de muizen nog meer. Immunotherapie met bestraalde tumor-antigenen is dus misschien een goede kandidaat om te combineren met een standaardbehandeling. Dit zou dan een goedkopere behandelingsstrategie voor glioma’s kunnen worden.

 

Doctoraatstudente Stephanie Seré werkt nu verder op de basis die Jochen Belmans heeft gelegd. Zij maakt het vaccin na en gebruikt Jochens technieken om de bestraalde tumor-antigenen aan bioafbreekbare nanodeeltjes te koppelen. Het voordeel hiervan is dat de nanodeeltjes als drager kunnen functioneren van zowel tumor-antigenen, als van andere moleculen die het immuunsysteem nog efficiënter stimuleren.

Stephanie Seré heeft in verschillende media die het menselijk lichaam imiteren (verschillende zoutoplossingen) al kunnen aantonen dat deze nanodeeltjes inderdaad bioafbreekbaar zijn. Bovendien kan de snelheid waarmee de nanodeeltjes afbreken op een simpele manier aangepast worden door kleine wijzigingen in het syntheseproces (= het ‘maken’ van nanodeeltjes) aan te brengen. Op die manier kunnen er nanodeeltjes gemaakt worden die zeker door de dendritische cellen in het lichaam worden opgenomen, terwijl ze uiteindelijk toch ook afgebroken worden. Dat laatste is belangrijk om de schadelijke effecten door opstapeling van nanodeeltjes in het lichaam te vermijden. Verder is ook gebleken dat er aan de nanopartikels ook bepaalde stoffen (fluorescente labels, tumor-antigenen) gekoppeld kunnen worden; ook die ‘nieuwe’ nanopartikels worden dan door de dendritische cellen opgenomen. In een volgende stap zal Stephanie Seré bekijken of ook het nanovaccin zelf (nanopartikels + tumor-antigenen) door de dendritische cellen wordt opgenomen, en of ze dit vaccin nog efficiënter kan maken door extra stimulerende moleculen aan de nanodeeltjes te binden.

 

Immunotherapie aan de KU Leuven

Prof Dr An Coosemans, gynaecoloog van opleiding, leidt het labo Tumor Immunologie en Immunotherapie aan de KU Leuven. Het labo, dat tien mensen telt, focust zich op drie kankers: eierstokkanker (+/- 800 nieuwe diagnoses jaarlijks in België), uteriene sarcomen (+/- 40 nieuwe diagnoses jaarlijks in België) en glioblastoma (+/- 300 nieuwe diagnoses jaarlijks in België) (https://www.kuleuven.be/wieiswie/nl/unit/53773436).

  Prof Dr An Coosemans

Het Olivia Fonds heeft jarenlang het onderzoek rond eierstokkanker financieel gesteund. Mede dankzij de hulp van het Fonds zijn we erin geslaagd de immunobiologie van eierstokkanker te ontrafelen. Dit wil zeggen dat we nu inzicht hebben in hoe het immuunsysteem reageert als eierstokkanker tot ontwikkeling komt in ons lichaam (en wat er misgaat met dit immuunsysteem). We begrijpen ondertussen ook hoe verschillende behandelingen (chemotherapie, een operatie, …) dit immuunsysteem veranderen en we weten ondertussen ook wat de beste momenten zijn en de beste manieren om dit immuunsysteem zodanig te beïnvloeden dat de patiënten langer kunnen leven. Nieuwe immunotherapieën worden eerst uitgetest in een muizenmodel voor eierstokkanker. De vooruitgang van ons onderzoek kan nauwgezet gevolgd worden op onze facebookpagina; www.facebook.com/immunovar.

Het Olivia Fonds heeft een jarenlange interesse in onderzoek naar hersentumoren. Ons labo heeft een specifieke visie op de ontwikkeling van immunotherapie voor glioblastoma. We hebben een therapeutisch platform gecreëerd, waarbij muizen met glioblastoma dezelfde behandelingen krijgen als mensen met glioblastoma: een operatie, bestraling en chemotherapie. Alleen door bij muizen na te bootsen wat er bij mensen ook gebeurt, heeft een nieuwe therapie kans op slagen. Immers, nieuwe behandelingen worden bij de mens ook traditioneel gegeven in combinatie met de bestaande behandelingen, niet als een therapie op zich bij de diagnose van het glioblastoma. Dit doen we nu dus ook bij de muizen en hopen daarmee de succeskans van nieuwe behandelingen te vergroten. Het Olivia Fonds heeft ons een stereotactisch frame geschonken, waarmee het mogelijk is hersentumoren bij muizen in te planten. We hebben in ons labo een eigen muizenmodel ontwikkeld en zullen in de toekomst nog enkele bijkomende muizenmodellen ontwikkelen zodat voor elke subgroep van patiënten met hersentumoren het juiste muizenmodel beschikbaar is om correct onderzoek uit te voeren voor nieuwe therapieën. Het frame van het Olivia Fund zal daarbij zeer goed gebruikt kunnen worden.

 Stereotactisch frame