Hier vindt u een overzicht van alle lopende projecten die het Olivia Fund dankzij uw steun kan financieren. De meeste onderzoeken bouwen voort op de veelbelovende immunotherapie. Daaruit zijn intussen heel wat andere creatieve ideeën, pistes en onderzoekslijnen gegroeid, die vooral door doctoraatsstudenten en postdoc-onderzoekers bestudeerd worden. Zij doen dat onder de vleugels van experts aan verschillenden Belgische universiteiten.

We hopen dat deze projecten snel zullen leiden tot experimentele toepassingen en concrete behandelingen die patiënten betere genezingskansen bieden.

 

Dendritische cel vaccinatie in combinatie met standaard therapie als aanvalsbehandeling bij kinderen met glioblastoma multiforme (GBM) en diffuus ponsglioom (DIPG) aan UZ Antwerpen.

Het Olivia Fund werkt samen met UZA aan de opzet van deze behandelingstherapie, nieuw voor de kinderen. Onder leiding van Dr. Toon Van Genechten en Prof. Dr Z. Berneman.

Zowel bij volwassenen als bij kinderen blijven hooggradige hersentumoren moeilijk te behandelen.

Bij kinderen, zijn GBM en DIPG zeldzame en aggressieve hersentumoren die met de huidige behandelingsmodaliteiten een 5-jaarsoverleving geven van minder dan respectievelijk 5% en 1% na diagnose.

Met de huidige combinatie van heelkunde, bestraling en adjuvante chemotherapie, blijven de genezingskansen en overleving na diagnose dus teleurstellend laag. Dit ten gevolge van snelle progressie van de tumor en optreden van vroege lokale recidieven. De laatste decennia is op verschillende manieren geprobeerd de genezing en overleving van deze tumoren te verbeteren, vooralsnog met weinig succes. In tegenstelling tot de behandeling van andere pediatrische tumoren, zijn er ook geen grote internationale studies beschikbaar en wordt vooralsnog geprobeerd om zoveel mogelijk soulaas te bieden met de gekende, conventionele therapie (chemotherapie, radiotherapie en chirurgie).

Uit wetenschappelijke literatuur blijkt dat toevoegen van immunotherapie aan een standaard behandeling de overleving van deze patiënten kan verlengen. Wilms’ tumor 1 (WT1), is een antigen geassocieerd aan hooggradige gliomen en een mogelijk aanknopingspunt voor immunotherapie.

In een poging de kwaliteitsvolle overleving te verlengen bij deze hooggradige tumoren loopt reeds een fase I/II studie in het universitair ziekenhuis van Antwerpen (UZA) voor volwassenen met glioblastoma Multiforme (GBM). Toevoegen van autologe dendritische cel vaccinatie, gemodificeerd met glioblastoom geassocieerd tumor antigen WT1,  aan bestaande standaard behandelingprotocollen zou de tumor meer gevoelig kunnen maken voor het eigen immuunsysteem en de standaard behandeling. De opgewekte immuunrespons kan, in combinatie met standaard therapie, de resttumor verder vernietigen.

De veiligheid van het oogsten, verwerken en toedienen van autologe dendritische cellen of vaccinatie werd reeds bevestigd bij een volwassen populatie. Pediatrische GBM en DIPG vertonen doorgaans ook een verhoogde expressie van WT1. Naar analogie van de reeds lopende fase I/II studie bij volwassenen, zal er, in het UZA, een pilootstudie openen die over een periode van 4 jaar die haalbaarheid, veiligheid en doeltreffendheid van WT-1 dendritische cel vaccinatie bij kinderen met GBM en DIPG zal evalueren.

In gewone taal wil dit zeggen dat er lichaamseigen immuuncellen (dentritische cellen) zullen worden afgenomen via een catheter. Deze immuuncellen zullen in het laboratorium van de universiteit Antwerpen zo aangepast worden dat ze een bepaald eiwit (WT1), aanwezig op de tumorcellen, kunnen herkennen. Deze aangepaste cellen worden tijdens de standaard behandeling op geregelde tijdstippen via een vaccin terug toegediend aan de patiënt. Het is de bedoeling dat, wanneer de geïnjecteerde immuuncellen de tumorcellen herkennen, ze het normale afweermechanisme van het lichaam gaan ondersteunen in het opruimen of vernietigen van de tumorcellen.

De dienst kinderoncologie van het UZA schaart zich in samenwerking met de UA en met de steun van het Olivia Hendrickx Fonds achter deze studie. Het is als instituut onze verantwoordelijkheid om mee te blijven zoeken naar een betere behandeling van deze tot nog toe moeilijk behandelbare hersentumoren. We bouwen verder op eerdere studies en de expertise van het laboratorium van professor Zwi Berneman met dendritische cellen.

Immuuntherapie heeft al bij verschillende soorten van tumoren zijn meerwaarde in de behandeling bewezen, de unieke samenwerking geeft ons de kans om dit ook bij DIPG en pediatrische GBM te onderzoeken.

 

 

 

Ik, Dr. Toon Van Genechten, kan dankzij het Olivia Hendrickx Fonds als jonge oncoloog deel uitmaken van dit onderzoek. Opgeleid tot kinderarts in het universitaire ziekenhuis van Antwerpen en later het universitaire ziekenhuis van Gent, merkte ik al snel dat ik een uitgesproken interesse heb in de kinderoncologie. Verder ben ik vader van 2 leuke dochters, sport ik graag en probeer ik ook buiten mijn werk binnen de muren van het ziekenhuis zoveel mogelijk bij te lezen over de kinderoncologie en eventuele nieuwe ontwikkelingen.

Binnen de kinderoncologie liggen grote uitdagingen zowel op menselijk, medisch als wetenschappelijk vlak. Als jonge arts heb ik de ambitie om al deze uitdagingen vol aan te gaan met een nadruk op de klinische begeleiding van een patiënt en zijn directe omgeving. Ik werkte eerder als Fellow kinderoncologie op de dienst kinderoncologie en stamceltransplantatie van het UZ Gent. Actueel ben ik werkzaam in het Prinses Maxima Centrum – Utrecht, het grootste kinderoncologische centrum van Europa, alwaar ik de ruimte krijg om verder te specialiseren. Ik zal als arts het klinische deel van de pediatrische studie leiden, dit naast mijn taak als kinderoncoloog in het UZA.

Het is onze taak als arts, wetenschapper, maar ook als mens, om er naar te streven zoveel mogelijke kinderen met kanker te genezen, met oog op een goede kwaliteit van leven. De studie die we opstarten maakt deel uit van deze grotere filosofie.

 

 

Profilering van langetermijnoverlevers met een kwaadaardige hersentumor

 Kwaadaardige gliomen zijn tot op heden het paradigma van de ongeneeslijke hersentumor die zowel kinderen als volwassenen treft. De laatste 15 jaren, heeft de evolutie van de behandeling bij volwassenen, ook de actuele behandelopties bij kinderen gestuurd, gezien de kleinere aantallen pediatrische patiëntjes grootschalige studies moeilijker uitvoerbaar maken. De standaardbehandeling in beide groepen, bestaande uit maximale, veilige chirurgie, gevolgd door radio-en chemotherapie en al dan niet aangevuld met nieuwe experimentele behandelingen in studieverband heeft een wisselend kleine groep langetermijnoverlevers opgeleverd. Tot op heden, is het niet gekend welke parameters verantwoordelijk zijn voor deze langetermijnoverleving van de individuele, betrokken patiënten. Over de laatste 15 jaren, wordt in UZ Leuven een substantiële groep langetermijnoverlevers gevolgd, die een unieke bron zijn van informatie ter identificatie van hun unieke klinische, weefselkundige en moleculair genetische profiel geassocieerd met deze langetermijnoverleving.

In het huidige project zullen we nagaan welke kenmerken gemeenschappelijk zijn in het profiel van langetermijnoverlevers ten opzichte van kortetermijnoverlevers en in hoeverre het immuunsysteem van langetermijnoverlevers mogelijks anders geijkt is dan dit van kortetermijnoverlevers. Inzicht in dit veronderstelde verschil zal ons leren (1) welke patiënten het best voor welke therapieën in aanmerking kunnen komen en (2) in welke richting we eventueel het immuunsysteem dienen te herprogrammeren om de kansen op een langere overleving van de individuele patiënt te vergroten.

 

 

Interdisciplinair onderzoek naar de ouder-kindrelatie bij gezinnen getroffen door kanker

  • Prof. Dr. Rudi D’Hooge (Biologische psychologie, KU Leuven)
  • Prof. Dr. Guy Bosmans (Klinische psychologie, KU Leuven)
  • Dr. Iris Elens (Kinder- en Jeugdpsychiatrie, AZ Delta en Biologische psychologie, KU Leuven)

De overlevingskansen van kinderen met kanker zijn sterk verbeterd, maar er gaat nog weinig aandacht naar de psychosociale gevolgen van dergelijke ingrijpende gebeurtenis. Onderzoek heeft aangetoond dat 1 op 5 overlevers van kanker langdurige negatieve gevolgen ervaart. Dit kan gaan van problemen op school tot sociale en relationele problemen op latere leeftijd. Tot op heden blijft het moeilijk te voorspellen wie risico loopt tot deze laatste groep te behoren. Psychologen en psychiaters van de KU Leuven onderzoeken daarom met steun van het Olivia fonds de late gevolgen van kanker en kankerbehandeling. Ze gaan ervan uit dat de kwaliteit van de ouder-kindrelatie een belangrijke, maar nog weinig onderzochte rol hierin speelt.

De band met een of meerdere ouderlijke personen moet kinderen het vertrouwen geven dat ze in moeilijke situaties steeds op deze personen kunnen terugvallen. Wanneer kinderen zich niet veilig kunnen hechten, dan maakt hen dit kwetsbaarder voor psychologische problemen en ziekten. In dit project werken twee jonge psychologen (Melisse Houbrechts en Victoria Ossorio Salazar) samen onder leiding van het multidisciplinaire promotorenteam om observaties bij overlevers van kanker in verband te brengen met fundamenteel onderzoekswerk naar de processen van gehechtheid. om precies na te gaan hoe de ouder-kindrelatie beïnvloed wordt door de confrontatie met levensbedreigende pathologie en invasieve therapie. Ze gaan ervan uit dat deze processen niet alleen verstoord kunnen worden door de rechtstreekse neurotoxische effecten van chemotherapie op de hersenwerking, maar ook door de complexe, multifactoriële en mogelijk pervasieve effecten op de psychosociale ontwikkeling.

Dit onderzoeksproject onderzoekt de interactie tussen gehechtheid en de effecten van kankerbehandeling op verschillende niveaus met behulp van een breed palet aan interdisciplinaire onderzoekstechnieken. Het onderzoek tracht de onderliggende biologische en psychologische mechanismen verder bloot te leggen, wat hopelijk zal toelaten mogelijke preventieve of behandelingsstrategieën uit te werken. Dit onderzoeksvoorstel brengt een nog onderbelichte problematiek onder de aandacht. Dit zal op termijn hopelijk ook praktisch bijdragen tot de verdere uitwerking van interdisciplinaire ondersteuningsprogramma’s voor kinderen met kanker. Dergelijke initiatieven kunnen een groot verschil maken in het leven van deze kwetsbare kinderen.

 

Efficiëntere én minder schadelijke behandeling van neuroblastoom

Aan het kankeronderzoeksinstituut CRIG van de Universiteit Gent werkt het team van Prof. Frank Speleman aan betere behandelingen van kanker bij kinderen. Ze focussen vooral op nieuwe therapieën die kankercellen doden zonder de gezonde lichaamscellen te schaden (‘gerichte kankertherapie’ of ‘precisiebehandeling’). De huidige chemo- en radiotherapieën hebben immers op lange termijn vaak een negatieve invloed op de levenskwaliteit van kinderen, door de schade die zij bij normale cellen aanrichten. Bovendien blijven de overlevingskansen bij bepaalde types kinderkanker, zoals neuroblastoom, té beperkt.

Eén van de belangrijkste aanknopingspunten voor zo’n gerichte precisiebehandeling is de ontrafeling van de fouten die optreden in de genetische code van kankercellen. De laatste jaren werden daartegen heel wat gerichte medicijnen ontwikkeld. Maar tegelijk is ook gebleken dat de juiste combinatie van meerdere medicijnen hierbij essentieel is.

Doctoraatsstudente Bieke Decaesteker zal zich in nauwe samenwerking met andere onderzoekers van het team van Prof. Speleman verder verdiepen in verschillende combinaties van nieuwe medicijnen die inwerken op specifieke moleculaire kwetsbaarheden van neuroblastoom-kankercellen (het team ontrafelde in het labo eerder al het moleculaire netwerk van neuroblastoomcellen). Deze nieuwe combinaties zullen getest worden op verschillende types neuroblastoomcellen in het labo (en ook bij andere kindertumoren, zoals leukemie, bottumor en de hersentumor medulloblastoom), én op neuroblastoomvorming bij zebravismodellen – dat is uniek in België. Welk effect hebben de medicijncombinaties op de groei en het afsterven van kankercellen? Wat zijn de moleculaire effecten op de genactiviteit? Enz.. Het einddoel van deze studie is om met de beste medicijncombinaties klinische trials (fase 1) in een Europees samenwerkingsverband voor te bereiden.

Meer info over het CRIG en labo van Prof. Frank Speleman

 

Onderzoek Jynthe Van Loenhout – 2020

Immunotherapie is volop aan een opmars bezig in de kliniek als nieuwe behandeling voor verschillende kankertypes, waaronder huidkanker en longkanker. Voor de agressieve hersentumor glioblastoom  is deze immunotherapie tot op heden geen grote doorbraak. Nochtans is er een erg hoge nood aan nieuwe behandelingsvormen voor glioblastoom, zowel bij kinderen als bij volwassenen. Dankzij de steun van het Olivia Fund onderzoeken wij aan de Universiteit Antwerpen en het Universitair Ziekenhuis Antwerpen nieuwe therapieën die reactieve zuurstofdeeltjes vormen met als doel schade toe te brengen aan de tumorcellen, in combinatie met immuuntherapie. Deze reactieve zuurstofdeeltjes kunnen gevormd worden door plasma en auranofine. Met de term ‘plasma’ bedoelen we een fysisch gas waar energie aan toegevoegd is, zodat het onder andere deze reactieve deeltjes bevat. We kennen plasma bijvoorbeeld van de plasmatelevisies en als bliksem. Recent heeft plasma ook zijn intrede gedaan in het kankeronderzoek. Auranofine is gekend als een oud medicijn tegen reuma. Wij gebruiken het om eveneens reactieve zuurstofdeeltjes te vormen binnenin de tumorcel om celdood te veroorzaken.

In dit onderzoek heeft doctoraatsstudente Jinthe Van Loenhout reeds aangetoond dat de combinatie van plasma en auranofine veel effectiever glioblastoomcellen doodt dan elke therapie apart. Bovendien worden de glioblastoomcellen op zo’n manier gedood dat het immuunsysteem actief wordt. In een volgende fase gaan we onderzoeken of de combinatie van plasma, auranofine en immunotherapie elkaars werking kunnen versterken, op zoek naar een nieuwe en effectieve combinatiebehandeling in de strijd tegen glioblastoom. Dit onderzoek is een samenwerking tussen het Centrum voor Oncologisch Onderzoek en PLASMANT.

 

Nanopartikels

Voor glioblastoma-patiënten (de meest voorkomende kwaadaardige hersentumor) volstaat de standaardbehandeling met chemo- en radiotherapie niet. Om de overleving te verbeteren, kan een tumorvaccin ontwikkeld worden: hiervoor worden witte bloedcellen van de patiënt opgekweekt tot dendritische cellen. Deze dendritische cellen worden dan blootgesteld aan tumor-antigenen (= een soort unieke vingerafdruk van de tumor, die de afweerreactie van het immuunsysteem triggert), waardoor ze het immuunsysteem boosten tegen de tumor. Dit vaccin is echter erg duur en bovendien hangt de kwaliteit af van de status van de bloedcellen. Om die moeilijkheid te vermijden, loopt onderzoek naar de inzet van nanopartikels.

Doctoraatstudente Stephanie Seré werkt verder op de basis die gelegd werd, door het fonds gefinancierd onderzoek, van Jochen Belmans. Zij maakt het vaccin na en gebruikt Jochens technieken om de bestraalde tumor-antigenen aan bioafbreekbare nanodeeltjes te koppelen. Het voordeel hiervan is dat de nanodeeltjes als drager kunnen functioneren van zowel tumor-antigenen, als van andere moleculen die het immuunsysteem nog efficiënter stimuleren.

 

Stephanie Seré heeft in verschillende media die het menselijk lichaam imiteren (verschillende zoutoplossingen) al kunnen aantonen dat deze nanodeeltjes inderdaad bioafbreekbaar zijn. Bovendien kan de snelheid waarmee de nanodeeltjes afbreken op een simpele manier aangepast worden door kleine wijzigingen in het syntheseproces (= het ‘maken’ van nanodeeltjes) aan te brengen. Op die manier kunnen er nanodeeltjes gemaakt worden die zeker door de dendritische cellen in het lichaam worden opgenomen, terwijl ze uiteindelijk toch ook afgebroken worden. Dat laatste is belangrijk om de schadelijke effecten door opstapeling van nanodeeltjes in het lichaam te vermijden. Verder is ook gebleken dat er aan de nanopartikels ook bepaalde stoffen (fluorescente labels, tumor-antigenen) gekoppeld kunnen worden; ook die ‘nieuwe’ nanopartikels worden dan door de dendritische cellen opgenomen. In een volgende stap zal Stephanie Seré bekijken of ook het nanovaccin zelf (nanopartikels + tumor-antigenen) door de dendritische cellen wordt opgenomen, en of ze dit vaccin nog efficiënter kan maken door extra stimulerende moleculen aan de nanodeeltjes te binden.

 

Immunotherapie aan de KU Leuven

Prof Dr An Coosemans, gynaecoloog van opleiding, leidt het labo Tumor Immunologie en Immunotherapie aan de KU Leuven. Het labo, dat tien mensen telt, focust zich op drie kankers: eierstokkanker (+/- 800 nieuwe diagnoses jaarlijks in België), uteriene sarcomen (+/- 40 nieuwe diagnoses jaarlijks in België) en glioblastoma (+/- 300 nieuwe diagnoses jaarlijks in België) (bron: https://www.kuleuven.be/wieiswie/nl/unit/53773436).

 

Het Olivia Fonds heeft jarenlang het onderzoek rond eierstokkanker financieel gesteund. Mede dankzij de hulp van het Fonds zijn we erin geslaagd de immunobiologie van eierstokkanker te ontrafelen. Dit wil zeggen dat we nu inzicht hebben in hoe het immuunsysteem reageert als eierstokkanker tot ontwikkeling komt in ons lichaam (en wat er misgaat met dit immuunsysteem). We begrijpen ondertussen ook hoe verschillende behandelingen (chemotherapie, een operatie, …) dit immuunsysteem veranderen en we weten ondertussen ook wat de beste momenten zijn en de beste manieren om dit immuunsysteem zodanig te beïnvloeden dat de patiënten langer kunnen leven. Nieuwe immunotherapieën worden eerst uitgetest in een muizenmodel voor eierstokkanker. De vooruitgang van ons onderzoek kan nauwgezet gevolgd worden op onze facebookpagina; www.facebook.com/immunovar.

Het Olivia Fonds heeft een jarenlange interesse in onderzoek naar hersentumoren. Ons labo heeft een specifieke visie op de ontwikkeling van immunotherapie voor glioblastoma. We hebben een therapeutisch platform gecreëerd, waarbij muizen met glioblastoma dezelfde behandelingen krijgen als mensen met glioblastoma: een operatie, bestraling en chemotherapie. Alleen door bij muizen na te bootsen wat er bij mensen ook gebeurt, heeft een nieuwe therapie kans op slagen. Immers, nieuwe behandelingen worden bij de mens ook traditioneel gegeven in combinatie met de bestaande behandelingen, niet als een therapie op zich bij de diagnose van het glioblastoma. Dit doen we nu dus ook bij de muizen en hopen daarmee de succeskans van nieuwe behandelingen te vergroten. Het Olivia Fonds heeft ons een stereotactisch frame geschonken, waarmee het mogelijk is hersentumoren bij muizen in te planten. We hebben in ons labo een eigen muizenmodel ontwikkeld en zullen in de toekomst nog enkele bijkomende muizenmodellen ontwikkelen zodat voor elke subgroep van patiënten met hersentumoren het juiste muizenmodel beschikbaar is om correct onderzoek uit te voeren voor nieuwe therapieën. Het frame van het Olivia Fund zal daarbij zeer goed gebruikt kunnen worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwe immunotherapie bij neuroblastoom

Kan immunotherapie ingezet worden om een neuroblastoom te bestrijden, een specifiek type vaste tumor buiten de schedel die vaak bij kinderen voorkomt? Daarover buigen doctoraatstudente Isabelle Dierckx en postdoc-onderzoeker Nana Dang zich, onder leiding van hun promotoren Prof. Dr. Mark Waer en Prof. Dr. Ben Sprangers aan het Laboratorium Experimentele Transplantatie van KU Leuven.

Omdat de huidige behandeling van neuroblastomen zijn beperkingen heeft (50-60% van de patiëntjes hervalt), zoeken we naar een andere aanpak: een nieuwe vorm van cellulaire immunotherapie, die ruwweg uit twee elementen bestaat.

Het eerste deel is een specifieke vorm van beenmergtransplantatie, die al langer wordt gebruikt bij leukemie en lymfeklierkanker, maar die volgens de eerste resultaten in het labo ook werkzaam is bij vaste tumoren. In een tweede stap wordt daarbij ook immunotherapie met specifieke immuuncellen (bepaalde leukocyten of witte bloedcellen) gebruikt om de anti-tumorwerking te versterken. Isabelle Dierckx de Casterlé toonde bij muismodellen aan dat dit inderdaad op een veilige manier tot een sterk anti-tumoreffect leidt.

Aan het tweede luik werkt Nana Dang nog verder. Ze verricht vooral basisonderzoek om een oplossing te zoeken voor de schadelijke afweerreacties die vaak optreden na een stamceltransplantatie die met deze immunotherapie wordt gecombineerd. Bij muizen met melanoom heeft zij ontdekt dat de interactie tussen het micromilieu van de tumor én de verschillende immuuncellen die samen met het donorbeenmerg worden ingespoten het succes van deze behandeling bepaalt. Meer info :  www.cancer.gov/types/neuroblastoma en www.nlm.nih.gov/medlineplus/neuroblastoma.html