Iris Elens

Kinderen die genezen van kanker kunnen daar nog lang de gevolgen van meedragen

Kinderen die genezen van kanker kunnen daar nog lang de gevolgen van meedragen

Persbericht – KU Leuven

Kinderen met kanker kunnen nu beter behandeld worden dan vroeger, maar de behandeling blijft uiteraard erg belastend. Zelfs kinderen die volledig genezen kunnen nog lang de gevolgen blijven meedragen van de ziekte en haar behandeling. Er is echter nog weinig bekend over welke problemen dan wel precies optreden bij dergelijke kinderen. Het is evenmin duidelijk waarom sommige kinderen kwetsbaarder zijn dan anderen. Leuvense wetenschappers bestudeerden daarom, met steun van het Onderzoeksfonds ‘Olivia Hendrickx’, de precieze neuropsychologische gevolgen van chemotherapie bij een groep jongvolwassenen, die kankerbehandeling hadden ondergaan tijdens hun kinderjaren. Vooral belangwekkend was het dat de onderzoekers voorspellende merkstoffen vonden in het hersenvocht van die kinderen, die de meeste problemen ervoeren op latere leeftijd.

Het onderzoek is een unieke multidisciplinaire samenwerking tussen wetenschappers van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen (KU Leuven) en van de afdelingen Psychiatrie, Radiologie en Kindergeneeskunde van het UZ Leuven. Hun eerste resultaten worden binnenkort gepubliceerd in een van de meest toonaangevende tijdschriften voor kankeronderzoek ter wereld, het Amerikaanse Journal of the National Cancer Institute. Het project werd geleid door aspirant kinderpsychiater Iris Elens, neuropsycholoog Jurgen Lemiere en professor Rudi D’Hooge van het Laboratorium voor Biologische Psychologie (KU Leuven). De onderzoekers ontvingen voor de uitvoering van dit werk financiële steun van een liefdadigheidsfonds dat werd opgericht door de familie van Olivia Hendrickx, die op jonge leeftijd tragisch overleed aan kanker.

De studie vergeleek een groep jongvolwassenen, die tijdens hun kinderjaren behandeld werden voor kanker, met gezonde personen. Het onderzoek toonde aan dat cognitieve functies, die zich vóór de start van de behandeling ontwikkeld hadden (lange termijngeheugen, aandachtscontrole), grotendeels gespaard bleven. De deelnemers aan het onderzoek presteerden echter beduidend zwakker op later rijpende vaardigheden (cognitieve flexibiliteit, werkgeheugen, verwerkingssnelheid). Het ontwikkelingsstadium van de hersenen op het startmoment van de kankerbehandeling is hiervoor wellicht bepalend. Vooral later ontwikkelende psychologische functies blijken dus erg kwetsbaar te zijn. Daarnaast werden de prestaties van de proefpersonen gelinkt met concentraties van fosfo-Tau (een merkstof voor schade aan hersencellen) in het hersenvocht, dat werd verzameld ten tijde van hun behandeling. De onderzoekers blijven echter hoopvol: “de identificatie van kwetsbare functies en de implementatie van deze merker in het risicoprofiel kan in de toekomst helpen dergelijke kinderen gericht preventief te ondersteunen”.

De studie van Elens, Lemiere, D’Hooge en collega’s verschijnt binnenkort in het leidinggevende tijdschrift voor kankeronderzoek, Journal of the National Cancer Institute (USA) – volume 109, nummer 7, 2017.