Het team van artsen en wetenschappers aan KU Leuven heeft met steun van het Olivia Fund heel wat expertise opgebouwd rond de veelbelovende immunotherapie. Daaruit zijn gaandeweg andere creatieve ideeën, veelbelovende pistes en onderzoekslijnen gegroeid. Vooral doctoraatsstudenten en postdoc-onderzoekers verdiepen zich hierin. We hopen dat deze projecten snel zullen leiden tot experimentele toepassingen op patiënten en concrete behandelingen die betere genezingskansen bieden. Enkele voorbeelden:

 

Veelbelovende nanopartikels

Bij het maken van een tumorvaccinatie worden de witte bloedcellen van een patiënt in het labo onder strikte, gecontroleerde omstandigheden opgekweekt tot dendritische cellen.Jochen Belmans labo nanopartikels prof Locquet Dat maakt het vaccin erg duur. Bovendien hangt de kwaliteit van het eindproduct ook af van de status van de bloedcellen bij een bepaalde patiënt. Om die moeilijkheid te vermijden, worden nu ook andere pistes
onderzocht. Zo heeft doctoraatsstudent Jochen Belmans een onderzoek opgestart om de tumor-antigenen (= een soort unieke vingerafdruk van de tumor, die afweerreactie van het immuunsysteem triggert) te binden aan nanopartikels met een specifieke grootte (ongeveer 200 miljoen keer kleiner dan een voetbal), om op die manier een nanovaccin te maken. Als dit nanovaccin wordt ingespoten, nemen de dendritische cellen in het lichaam dit nanovaccin op en kunnen ze vervolgens het immuunsysteem  op dezelfde manier stimuleren als bij dendritische cel-vaccinatie. De werking van dit concept werd intussen al aangetoond in twee verschillende muismodellen bij maligne glioma (de meest voorkomende kwaadaardige hersentumor), en wordt nu verder uitgewerkt. Het grote voordeel is dat er op die manier meer gestandaardiseerde en goedkopere tumorvaccins kunnen gemaakt worden in grotere hoeveelheden.
Doctoraatstudente Stephanie Seré werkt nu verder op de basis die Jochen Belmans heeft gelegd. Zijn zal het nanovaccin dat hij ontwikkelde nu proberen na te maken met nanodeeltjes die bioafbreekbaar zijn. Als dat lukt, kunnen haar zelfgemaakte nanopartikels helemaal aangepast worden aan het vaccin, waardoor het efficiënter wordt.

 

Immunotherapie bij andere kankersoorten

Anais Van HooylandtVandaag wordt aan het UZ Leuven onderzocht of deze immunotherapie ook kan worden toegepast bij eierstokkanker (dat trouwens ook bij kinderen voorkomt). Op dit moment gaat het vooral om experimenteel basisonderzoek, al zijn er al enkele experimentele toepassingen op patiënten gebeurd.

Omdat eierstokkanker meestal pas in een laat stadium ontdekt wordt, zijn de kansen op genezing beperkt. Onder de vleugels van Prof. Ignace Vergote bestuderen gynaecologe An Coosemans, doctoraatsstudente Thais Baert en laborante Anaïs Van Hoylandt nu of dendritische cel-immunotherapie (DC-immunotherapie) kan worden ingezet bij eierstokkanker. Daarbij worden verschillende aspecten onderzocht. Om te beginnen wil dit team de veranderingen in het immuunsysteem bij eierstokkanker nauwgezet in kaart brengen. Daarnaast werken ze aan een optimalisering van de DC-immunotherapie, zodat die krachtiger wordt. Tenslotte wordt nagegaan hoe deze DC-immunotherapie gecombineerd kan worden met andere behandelingen om zo de beste overlevingskansen te bieden.

 

Nieuwe vormen van immunotherapie

Kan immunotherapie ingezet worden om een neuroblastoom te bestrijden, een specifiek type vaste tumor buiten de schedel dat vaak bij kinderen voorkomt? Dat is de kwestie waarover doctoraatstudente Isabelle Dierckx en postdoc-onderzoeker Nana Dang, onder leiding van hun promotoren Prof. Dr. Mark Waer en Prof. Dr. Ben Sprangers (KU12-15•OLIVIA_banners_portret_120x180px185 Leuven), zich buigen.

Omdat de huidige behandeling van een neuroblastoom zijn beperkingen heeft (50-60% van de patiëntjes hervalt), zoeken Isabelle Dierckx en Nana Dang naar een andere aanpak: een nieuwe vorm van cellulaire immunotherapie, die ruwweg uit twee elementen bestaat. Het eerste cruciale onderdeel is een specifieke vorm van stamceltransplantatie, die al langer wordt gebruikt bij leukemie en lymfomen, maar die volgens de eerste onderzoeksresultaten in het labo ook werkzaam is bij vaste tumoren. In een tweede stap worden de eigen witte bloedcellen en natural killer-cellen (NK-cellen) op een specifieke manier toegediend. Uit muismodellen blijkt alvast dat deze cellen een belangrijke én veilige anti-tumorwerking hebben.

Meer info op www.cancer.gov/types/neuroblastoma en www.nlm.nih.gov/medlineplus/neuroblastoma.html

 

Chemotherapie en het kinderbrein

Doctoraatsstudente en kinderpsychiater Iris Elens onderzoekt de impact van chemotherapie op de hersenen van kinderen, zowel bij patiënten als met behulp van een muizenmodel. Dit onderzoek gebeurt aan de Leuvense faculteit Iris Elenspsychologie, in het laboratorium voor biologische psychologie onder leiding van Prof. Rudi D’Hooge.

Dankzij steeds betere behandelingen overleven de meeste kinderen tegenwoordig leukemie, de meest voorkomende kanker op kinderleeftijd. Chemotherapie kan echter een blijvende impact hebben op hersenen die nog in volle ontwikkeling zijn, toonde het team van Iris Elens aan in een studie met jongvolwassenen overlevers van leukemie en in een muizenmodel. Met hun project willen ze nu de gevolgen hiervan in kaart brengen en vooral ook de onderliggende mechanismen beschrijven. Alvast enkele zaken die ze hierbij te weten kwamen:

 

  • Uit onderzoek met jongvolwassen overlevers bleek genetische voorbeschiktheid patiënten gevoeliger te maken voor methotrexaat, het hoofdbestanddeel van de moderne behandelingen tegen leukemie.
  • Dieronderzoek suggereert dat ontstekingsreacties uitgelokt door chemotherapeutica mogelijk een rol spelen in het effect op de hersenfuncties.
  • Uit dieronderzoek blijkt er een belangrijke link te zijn tussen chronische stress op jonge leeftijd en de zwaardere impact van chemotherapeutica op de hersenfuncties.

Als er via deze mechanismen – zowel biologisch als psychosociaal – nu een beter zicht komt op wélke kinderen precies meer risico lopen op negatieve consequenties, kan daar in een volgende stap op ingespeeld worden om de negatieve gevolgen te verminderen of zelfs te voorkomen.

Lees meer over de onderzoeken van het laboratorium biologische psychologie